Sigaren Geschiedenis

Rokende MayasAl ver voordat Columbus de nieuwe wereld had ontdekt hadden de Mayas de Nicotiana Rustica al ontdekt. Een tabaksplant met ene veel hoger nicotine gehalte dan de mildere variant Nicotiana Tabacum die heden ten dage gebruikt wordt. Zij rolden tabaksbladeren op en staken dat aan voor de roes effecten van de nicotine, veelal voor religieuze rituelen. Maar ook voor medische doeleinden, om overtollige stemmingen te verdrijven en om het dorst- en hongergevoel te stillen. Overigens wikkelden ze hun tabaksbladeren vaak in bananen of palmbladeren en leek het nog niet op de sigaar zoals we die vandaag de dag kennen.

De naam sigaar zou heel goed kunnen komen van het Maya woord voor roken “sikar” Ook wordt het Spaans woord voor draaien “girar” wordt in verband gebracht met de oorsprong van het woord sigaar. Wellicht zal het een combinatie van beide zijn want het zijn de Spanjaarden geweest die de tabaksplant en zaden mee hebben genomen naar Europa. Columbus zelf moest niets van de tabak hebben, hij zou zelfs op zijn eerste reis een gift van de natives overboord hebben gegooid. Andere Spanjaarden na hem konden de verleiding niet weerstaan. In 1520 waren er sigaren te verkrijgen maar wel enkel in Spaanse en Portugese havens. Maar niet lang daarna groeide de tabak over de gehele wereld.

Tabak rokende indiaanDoor de Spanjaarden en Portugezen in eigen land en in de West. Door de Nederlanders in de Oost, vooral Java en Sumatra. Door de Engelsen met name in Virginia. Spanje was ook het eerste land in Europa waar men sigaren produceerde. In 1717 begon Sevilla een eigen sigarenfabriekje. In de jaren daarop ontstonden door heel Europa sigarenfabrieken waarin Nederland uiteindelijk de grootste sigaren exporteur van de wereld is geworden met maar liefst 2 miljard per jaar.
 

Sigaren Geschiedenis

TabaksveldTabak behoort tot het botanische geslacht Nicotiana, familie van de nachtschade. Het geslacht telt 70 verschillende soorten, waarvan de Nicotiana Tabacum het belangrijkste is. Oorspronkelijk groeide de tabaksplant alleen in tropische en subtropische gebieden met een vochtig klimaat, maar door gewas veredeling en verbetering van de teeltmethoden verbouwt men nu tabak over bijna de gehele wereld.

Uiteraard loopt de kwaliteit van de verschillende soorten tabak behoorlijk uiteen, zodat ze ook voor verschillende doeleinden gebruikt worden. Zo wordt Virginia-tabak uit Noord-Amerika vooral voor de fabricage van sigaretten gebruikt, terwijl de plantages op Sumatra, Java, Cuba en Brazilië de grondstoffen voor sigaren leveren. Aangezien de bodemgesteldheid en het klimaat ook binnen deze gebieden sterk kan verschillen, levert iedere landstreek in de praktijk feitelijk een andersoortige tabak op zowel qua kleur als smaak.

Sumatra tabakDe "Hollandse" Sumatra is zeer zacht en bevat vele aromatische bestanddelen. De tabak is smakelijk en goed trekkend. De Java tabak is dikker en grover van structuur. Dit is vaak te zien aan het dekblad. De smaak van de Java tabak is sterker dan die van de Sumatra tabak. De donkere kleur van de Braziliaanse tabak lijkt dat deze sigaren staan voor zwaar en pittig. Maar deze tabak is juist zoet en zacht. En de tabak uit Cuba is rijk en zacht van smaak

De tabaksplant is een eenjarige plant, die in het algemeen op grote plantages wordt verbouwd. Tussen het zaaien en oogsten liggen niet meer dan zo'n vier tot vijf maanden. Omdat niet alle bladeren tegelijk rijp zijn, worden ze één voor één geplukt. Aangezien de bladeren van onderaf rijpen, worden ze van beneden naar boven in verschillende partijen geoogst.
 

Oogsten en drogen

OogstenNa de oogst worden de bladeren in de buitenlucht gedroogd waarbij het blad zo'n 85% van zijn oorspronkelijke gewicht verliest zonder dat de grote bladeren te rotten. Dit eerste deel van het proces duurt tussen de drie en zes weken afhankelijk van de klimatologische omstandigheden, alsmede de constructie van loodsen of schuren die gebruikt voor het opslaan van de geoogste tabak.

Na de droogfase begint het gistingsproces, waardoor de hoeveelheden zetmeel en eiwitten in de tabak sterk worden afgebroken, terwijl ook het nicotinegehalte enigszins omlaag gaat. Tijdens het fermenteren worden ook de geur en het aroma van de tabak ontwikkeld, en wordt de kleur van de bladeren gelijkmatiger.


Drogende sigaren bladerenTijdens het fermenteren worden de bladeren gebundeld en op stapels gelegd. Hierdoor ontwikkelt zich een soort broei. Zodra het binnenste gedeelte van de stapel een temperatuur van zo'n 55 graden bereikt heeft, wordt de stapel uit elkaar gehaald en tot een nieuwe gevormd, waarbij men ervoor zorgt dat de bundels die binnenin hebben gelegen nu buiten komen en omgekeerd. Dit proces van stapelen en uit elkaar halen kan zich een aantal keer herhalen, totdat de tabak uitgefermenteerd is en de temperatuur niet meer oploopt. Na circa 10 weken drogen en fermenteren worden de tabaksbladeren gesorteerd op kwaliteit, grootte, dikte en kleur en zijn klaar om sigaren van te maken.
 

Shortfillers en longfillers

Handgemaakte longillerHoewel bijna alle hedendaagse type sigaren zijn opgebouwd zijn uit een vulling (binnengoed), een omblad en een dekblad, maakt de sigaren-wereld onderscheid tussen twee types sigaren, de longfillers en de shortfillers. Shortfillers hebben een vulling die bestaat uit verknipte tabak veelal uit verschillende streken afkomstig om zo tot de juiste smaak te komen. De longfiller wordt handgemaakt! De vulling van een longfiller bestaat uit opgerolde tabaksbladeren waaruit de hoofdnerf is verwijderd. Bij vele longfillers worden ook voor de vulling verschillende tabakssoorten gebruikt, echter veel minder dan de melange van de shortfillers.

Longfillers dienen goed geconserveerd te worden (in een zogenoemde humidor), tussen de 68-72% luchtvochtigheid. De temperatuur is minder relevant. Onder de 60% wordt een longfiller droog waardoor hij te snel brandt en scherp en bitter gaat smaken. Bij percentages hoger dan 72% brandt de sigaar lastiger, echter de smaak is voller. Bij percentages hoger dan 80% begint de schimmelvorming op de sigaren.

Shortfillers worden meestal in landen gemaakt waar tabak niet groeit, maar slechts wordt overgeslagen. Nederland is de grootste exporteur van shortfillers. Shortfillers dienen niet vochtig gehouden te worden (ten minste niet zo vochtig als een longfiller), hoeven vaak niet geknipt te worden en hebben een andere smaak dan longfillers. Een shortfiller is het beste gebaat bij een luchtvochtigheid van ongeveer 65%.

De anatomie van de sigaar
Het omblad houdt de wikkel met tabaksbladeren / tabaksmix op zijn plaats. Het omblad moet zowel stevig als soepel zijn, om het binnengoed te kunnen bundelen en de sigaar goed te kunnen vormen.

Het geheel wordt afgemaakt met een mooi dekblad. Hiervoor worden de mooiste en beste bladeren gebruikt. Aangezien het dekblad de buitenkant van de sigaar vormt moet het volkomen gaaf zijn om geen lucht te kunnen doorlaten. Bovendien moet het een egale, bruine kleur hebben en qua smaak en aroma zijn afgestemd op de rest van de sigaar. Het is dan ook niet verwonderlijk dat juist voor het dekblad de beste tabakken worden gebruikt, voor de Nederlandse sigaren meestal afkomstig uit Sumatra. Het dekblad is verantwoordelijk voor ongeveer de helft van de smaak van de sigaar.

(advertentie)


 
De sigaar

(advertentie)